Ketting vervangen en kettingslijtage meten: zo doe je het

Hoe meet je kettingslijtage, wanneer moet hij eruit en hoe monteer je zelf een nieuwe ketting?

Een ketting slijt ongemerkt. De pennen en rolletjes slijten een beetje uit, waardoor de ketting langer wordt: dat noem je kettingrek. Een uitgerekte ketting schakelt slechter en slijt ook je cassette en kettingbladen. Vervang je hem op tijd, dan gaan die duurdere onderdelen veel langer mee. In dit artikel lees je hoe je slijtage meet en hoe je zelf een nieuwe ketting monteert.

Wanneer moet je je ketting vervangen?

Niet na een vast aantal kilometers, maar zodra de ketting te veel is uitgerekt. Hoe snel dat gaat, hangt af van onderhoud, weer en hoe je fietst. Met olie gaat een ketting meestal 3.000 tot 5.000 km mee; met goed onderhoud en wax kan het flink langer. De grens die fietsenmakers aanhouden:

  • Ketting met 11, 12 of 13 versnellingen: vervangen bij 0,5% rek.
  • Ketting met 10 versnellingen of minder: vervangen bij 0,75% rek.

Andere signalen dat het tijd is: de ketting springt over op de tandwielen, schakelen gaat stroef, of je kunt de ketting voor op het grote kettingblad duidelijk van de tanden aftrekken.

Kettingslijtage meten

Met een kettingmeter

Het makkelijkst gaat het met een kettingmeter, een goedkoop stukje gereedschap. Je hangt de meter in de ketting: valt de kant met 0,5% (of 0,75%) helemaal tussen de rolletjes, dan is de ketting aan vervanging toe. Meet op een paar plekken en neem de hoogste waarde.

Met een meetlat of rolmaat

Het kan ook met een nauwkeurige meetlat. Een kettingschakel is precies een halve inch (12,7 mm) lang, dus 24 halve schakels zijn bij een nieuwe ketting precies 30,48 cm.

Ketting langs een meetlat: 24 halve schakels zijn nieuw 30,48 cm, vervangen bij 30,63 cm (0,5% rek)
24 halve schakels zijn nieuw 30,48 cm. Bij 30,63 cm is de ketting 0,5% uitgerekt.
  1. Leg de ketting op het grote kettingblad, zodat hij strak staat.
  2. Zet de 0 van de meetlat precies op het midden van een pen.
  3. Tel 24 halve schakels verder en kijk waar het midden van die pen (de 25e) uitkomt.
  4. Komt die op 30,63 cm of meer, dan is de ketting 0,5% uitgerekt. Bij 30,71 cm is het 0,75%.

Het gaat om fracties van een millimeter, dus kijk recht van boven en meet liever twee keer.

Moet je cassette ook vervangen?

Vervang je de ketting op tijd, dan kan de cassette meestal blijven zitten; een cassette gaat dan twee tot drie kettingen mee. Wacht je te lang, dan slijten de tandwielen mee. Een nieuwe ketting springt dan over op een versleten cassette, vooral op de tandwielen die je het meest gebruikt. Merk je dat na het vervangen van de ketting, dan moet de cassette ook vervangen worden. Kettingbladen gaan nog langer mee.

Welke ketting past op je fiets?

Een ketting moet passen bij het aantal versnellingen achter: een 12-speed groep heeft een 12-speed ketting nodig. Kettingen voor meer versnellingen zijn smaller. Houd ook het merk en systeem aan dat je fietsenmaker of de fabrikant adviseert, zeker bij de nieuwste groepen. Meer over de keuze lees je in fietsketting kopen.

Wat heb je nodig?

  • Een nieuwe ketting met kettingslot (of een nieuwe verbindingspen)
  • Een kettingpons om de ketting op lengte te maken
  • Een kettingslottang, handig om een kettingslot te openen en te sluiten
  • Handschoenen en een doek

Ketting vervangen in zes stappen

  1. Schakel naar het kleinste tandwiel en het kleine blad. Dan staat de ketting het minst strak.
  2. Haal de oude ketting eraf. Open het kettingslot met een kettingslottang, of druk met de kettingpons een pen uit. Gooi de oude ketting nog niet weg.
  3. Bepaal de lengte. Heb je dezelfde cassette en kettingbladen en schakelde alles goed, leg de oude ketting dan naast de nieuwe en maak die net zo lang. Tel daarbij schakels in plaats van te meten, want de oude ketting is uitgerekt. Weet je de lengte niet, leg de nieuwe ketting dan over het grootste kettingblad en het grootste tandwiel, zonder door de derailleur, en tel daar twee schakels bij op. Controleer altijd de handleiding van je groep.
  4. Maak de ketting op lengte met de kettingpons. Let op dat je eindigt met een buitenschakel aan de ene kant en een binnenschakel aan de andere, zodat het kettingslot ertussen past.
  5. Leg de ketting om, door de voorderailleur en door de wieltjes van de achterderailleur. Kijk goed of hij nergens langs de verkeerde kant van een geleider loopt.
  6. Sluit de ketting met het kettingslot. Zet de pedalen zo dat het slot bovenaan zit, houd de achterrem in en duw op het pedaal: het slot klikt dan vast. Controleer of het goed vastzit.

Schakel daarna door alle versnellingen. Springt de ketting nergens over en loopt alles soepel, dan ben je klaar. Een nieuwe ketting zit vol met fabrieksvet, en dat is een goed smeermiddel. Lees in ketting smeren hoe je daarna verder smeert.

Kun je een kettingslot hergebruiken?

Bij kettingen met 11 of 12 versnellingen geven fabrikanten als Shimano aan dat het kettingslot maar één keer gebruikt mag worden: een hergebruikt slot kan losser zitten en onderweg openspringen. Een nieuw slot kost weinig, dus vervang het bij twijfel. Een Shimano-ketting zonder slot sluit je met een speciale verbindingspen, die je ook maar één keer gebruikt.