Fietsen in een groep: in het wiel rijden, signalen en aflossen

Hoe rijd je veilig in een groep: in het wiel, handsignalen, aflossen, de waaier en de verkeersregels.

Fietsen in een groep is sneller, gezelliger en leerzamer dan alleen. Door in elkaars wiel te rijden, kost hetzelfde tempo flink minder energie. Maar een groep werkt alleen als iedereen dezelfde afspraken kent. Hieronder lees je hoe je veilig in een groep rijdt, welke signalen je gebruikt en hoe aflossen en een waaier werken.

Waarom rijd je sneller in een groep?

Boven de 25 km/h gaat het grootste deel van je energie op aan luchtweerstand. Rijd je vlak achter iemand, in zijn wiel, dan breekt die de wind voor je en kost hetzelfde tempo veel minder kracht. Door de kopbeurten te verdelen, rijdt een groep samen harder dan elke renner alleen.

Bovenaanzicht van een groep fietsers: bij tegenwind op een rij in het wiel, bij zijwind schuin achter elkaar in een waaier
Bij tegenwind rij je op een rij, bij zijwind schuif je schuin achter elkaar.

De basis: zo rijd je in het wiel

  • Houd een vaste afstand van een halve tot een hele meter tot het achterwiel voor je. Begin wat ruimer tot je er vertrouwd mee bent.
  • Kijk vooruit, niet naar het wiel voor je. Kijk over de schouder van je voorganger naar de weg verderop, zodat je ziet wat er aankomt.
  • Rij voorspelbaar. Geen plotselinge stuurbewegingen, en rem niet hard als het niet nodig is. Wil je iets langzamer, stop dan even met trappen of ga iets rechtop zitten.
  • Overlap nooit wielen. Zit je voorwiel naast het achterwiel van je voorganger en stuurt die opzij, dan lig je op de grond.
  • Ga staand trappen zonder terug te zakken. Als je opstaat, schiet je fiets even naar achteren. Trap daarom net iets harder op het moment dat je opstaat.

Handsignalen en roepen

Alleen de voorste renners zien wat er aankomt. Daarom geven ze dat door, en geeft iedereen het door naar achteren:

  • Wijzen naar de grond: een gat, losse stenen of glas aan die kant.
  • Arm op de rug, naar links of rechts zwaaien: uitwijken voor een obstakel, zoals een geparkeerde auto of voetgangers.
  • Hand omhoog of “stop”: de groep gaat stoppen, bijvoorbeeld voor een kruispunt.
  • Hand naar beneden of “rustig”: de groep gaat vaart minderen.
  • “Auto achter” of “auto voor”: er komt verkeer aan; ga achter elkaar rijden.

Wat de afspraken precies zijn, verschilt per club. Vraag ze bij je eerste rit even na.

Aflossen: de kopbeurt verdelen

In een groep die met z’n tweeën naast elkaar rijdt, nemen de twee voorste renners samen de kop. Na hun kopbeurt gaan ze opzij en laten ze zich langs de groep naar achteren zakken, waarna de volgende twee het werk overnemen. Een paar tips:

  • Houd het tempo gelijk als je aan de kop komt. Versnellen als je net op kop komt, breekt de groep.
  • Is een kopbeurt te zwaar, maak hem dan korter. Je hoeft niet te bewijzen hoe sterk je bent.
  • Ben je moe, laat je dan achteraan in de groep hangen en sla een beurt over. Dat is heel normaal.

Bij snellere groepen wordt ook in een draaiende rij afgelost: de rij die naar voren gaat en de rij die terugzakt draaien als een ketting rond, met korte kopbeurten van een paar tellen.

De waaier: bij zijwind

Komt de wind schuin van voren of van opzij, dan heb je in het wiel weinig beschutting. Dan schuif je schuin achter je voorganger, naar de kant waar de wind niet vandaan komt. Zo ontstaat een schuine lijn: een waaier. Op de openbare weg is de ruimte daarvoor beperkt, omdat je met maximaal twee naast elkaar mag rijden. Wie aan het eind van de rij niet meer in de beschutting past, rijdt in de wind.

Wat zegt de wet?

  • Twee naast elkaar mag. Volgens het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) mogen fietsers met z’n tweeën naast elkaar rijden. Met meer naast elkaar mag niet, en houd zoveel mogelijk rechts.
  • Verplicht fietspad. Is er een verplicht fietspad (rond blauw bord met fiets), dan moet je dat gebruiken, ook in een groep. Een onverplicht fietspad (rechthoekig bord met “fietspad”) mag je gebruiken, maar dat hoeft niet.
  • Verkeerslichten en voorrang gelden voor iedereen. Ook als de voorste renners nog door oranje kunnen, stopt de rest van de groep bij rood.

Je eerste groepsrit

  • Begin bij een toerclub of een rit voor beginners, met een tempo dat bij je past.
  • Zorg dat je fiets in orde is: goede remmen, opgepompte banden en een reservebinnenband. Lekrijden in een groep houdt iedereen op.
  • Neem genoeg eten en drinken mee; lees hoeveel in voeding tijdens het fietsen.
  • Rij de eerste keer vooral achterin en kijk hoe de groep rijdt.

Wil je weten welk tempo een groep gemiddeld rijdt, lees dan gemiddelde snelheid op een racefiets.